Contact
Rense van der Velde
veldpad@gmail.com
© 2017 Rense van der Velde. Alles uit de publicatie mag worden gekopieerd, uitgedeeld of wat dan ook mits het niet gewijzigd wordt en voorzien is van bronvermelding.
Het kan zijn dat dat er ten zijne tijd wat wordt herzien of uitgebreid.
De Straatfilosoof

Toen Zarathoestra dertig jaar oud was, verliet hij zijn geboortegrond en het meer waaraan hij was geboren, en ging het gebergte in. Hier genoot hij van zijn geest en zijn eenzaamheid en werd tien jaren lang het genieten niet te moede. Eindelijk echter veranderde zich zijn hart, - en op een morgen stond hij op met het ochtendgloren, trad de zon tegemoet en sprak haar aldus toe:
'Gij groot gesternte! Wat zou uw geluk waard zijn, wanneer ge niet hen hadt, die gij verlicht!

En toen klopte Zarathoestra aan de poort van het huis. Een oude man verscheen; hij droeg een licht en vroeg: 'Wie komt tot mij en tot mijn slechte slaap?'
'Een levende en een dode, sprak Zarathoestra. Geef mij te eten en te drinken, ik vergat het de hele dag lang. Hij, die de hongerige spijzigt, verkwikt zijn eigen ziel: zo zegt de wijsheid.
Friedrich Nietzsche - Aldus Zarathoestra


Proloog

De Adelaar
Na een langdurige stilte opende de adelaar haar ogen. Eerst haar linker oog, daarna haar rechter. Vier vlammende kleuren schoten als bliksemschichten uit haar ogen. Dit licht verscheen later aan allen die konden zien. Zij liet haar eieren drijven in de wateren. Het water zou hun eeuwen meevoeren. Ooit zouden ze terugkomen. Dit was onomkeerbaar. Als de eieren waren uitgekomen zouden de jongen op het land kruipen. Zij heerste over de bestemming van alle wezens. Elk wezen had de macht geschonken gekregen om de vrijheid te vinden teneinde in de eeuwigheid op te gaan.

De eerste vlam gaf het leven weer als een samenhangend geheel. In de tweede vlam werden allen betovert om het leven te kunnen ervaren als echt. In de derde vlam keek men de adelaar recht in de ogen. Hier werd gezien waar de openingen waren. In de vierde zag men in dat de adelaar hun individuele bewustzijn verslond. De sterfelijkheid werd verwoord in hun levensverhaal. Het bewustzijn is het voedsel van de adelaar. Na het goed verteerd te hebben wordt de vrijheid geschonken. Nu konden ze vliegen op zoek naar andere werelden.

De Adelaar als mythologische wezen komt voort uit ‘NIETS’. Een androgeen wezen. Nu was er één. Een HijZij. Pas na de eerste stralen ontstond dualiteit. Deze schijnbare tegenstelling was nodig om leven voort te brengen. Nu waren er twee. Een Hij en Zij. Zij vermenigvuldigden zich waardoor de aarde bevolkt werd. Nu waren er drie. Een vader, moeder en kind.

Vader, Moeder en kind
Als hij aan moeder vroeg: ‘Mam wanneer komt pappa weer thuis’, dan vertelde ze dat zijn vader een astronaut was en dat hij lange reizen naar de hemel maakte. Er waren vele hemelen om te bezoeken. Hij ging naar Jupiter of Mercurius, naar Venus of naar Mars en soms nog verder. Voor het slapen gaan, keken ze altijd samen naar de hemel of ze ook een vallende ster zagen, dan wisten ze dat papa voorbij kwam. Als het bewolkt was en regende. konden ze hem niet zien. Ze had het verhaal vaak verteld omdat hij dat zo graag hoorde. Ze vertelde dat papa iets zocht wat mooier was dat alles hier op aarde. Als hij het gevonden had zou hij het meenemen naar huis.
Toch zag hij op moeders gezicht de eenzaamheid van de hemel achter de hemel. Dit maakte hem bang en hij vroeg zich af of een vallende ster niet een ruimteschip was die de as van papa naar de aarde zou brengen.
Als moeder jarig was vroeg hij of papa ook kwam en dan zei ze dat sterren haar juwelen waren en dit zag als geschenk van papa. Diep van binnen begreep hij wel waarom vader zover moest zoeken, maar aan de ander kant, hij was zo dichtbij.
Rondom kerst vertelden ze hem dat er een ster tegen de zon was gebotst en dat dit een teken was. Toen ze hem op haar schoot nam vertelde ze de waarheid.
De dagen voor kerst mocht hij elke week een kaarsje ontsteken in een in elkaar gezet bouwpakketje van de zondagsschool. Na het aansteken van het eerste kaarsje liet de lijm los en vertoonde het kerkje scheuren. Nu was het een kerkje met een wasknijper op de zijkant.
Er was hem niet geleerd waarom hij hier op deze wereld was. Astronaut wilde hij nu niet meer worden. Hij las erg veel en werd later van school gestuurd omdat hij het altijd beter wist dan de meesters en juffrouwen.
Zijn moeder stierf. Nu was het een hele kunst om te overleven. Hij wist wel veel maar niet om voor zichzelf te zorgen. Door schulden ontnamen ze hem zijn huis waar hij als kind gedroomd had om eens astronaut te worden.

Ik
“Dit leven schenkt geen vrijheid. Maar iets wat aan banden gelegd moet worden. Het kwaad zal er alles aan doen om mensen in het ongewisse te laten. Zij hebben alles te verliezen. Normen die door anderen worden opgelegd. Oorlogen zijn nodig om dit gezwel te laten openbarsten.
Ik ben anti-oorlog.
Ik ben anti-verplichtingen.
Alles leek verloren en ik nam mij voor me in het slijk te werpen. Om me op te offeren. Het lage te zoeken. De afgrond. Ik besloot niemand meer lief te hebben. Mezelf evenmin. Het hoge verloren te hebben zocht ik alleen nog maar het lage. Mijn gedrag door drank te doordrenken. Mezelf te vernietigen. Alle overbodige van mij afschudden. Zelfs van mijn naam deed ik afstand.”

Hij
Hij wijde zich volledig aan het opsporen van het innerlijk van de mens. Zijn werk staat ver van wat er in de verfijnde wereld als normaal gangbaar wordt gezien. Legio navolgers. Decadente uitvloeisel van schijntijd. Wat moeten wij eisen, verwachten van de nieuwe moderne mens. Niets anders dan dat ze hun
diepste gevoelens tot klaarheid brengen. Nu zijn het nog dierlijk lusten. Egozwammen groeien uit tot eigen geneugten.
De mens heeft een innerlijk kracht nodig. Een intuïtieve relatie van de hand naar het voorwerp wat hij aanraakt. Elke gedacht zou in dienst moeten staan van dat gebaar. Een kind die zijn hand uitsteekt naar het nieuwe. Het licht wat schijnt op elk voorwerp wat het oog streelt. Telkens weer de verwondering van dit onbekende leven, waar iedereen een betekenis aan geeft. Waarom moet die herkenning van een ander gelijk luiden. Elke herkenning is onwaar. Elke herhaling is refereren naar wat was.
Hiernaar verwijst mijn stelselmatige tovenarij, deze niets, die alles vult. Dat is mijn aanbod en uitnodiging. Mijn kunst van niets. Zo kan iedereen een kunstenaar zijn omdat hij met elk gebaar, elk moment iets nieuws schept. Dit is waar de geliefde zich zal laten zien. De kloof tussen het oude en het nieuw ligt voor je voeten. Bukken is niet eens nodig. Als je gaat zitten kun je er zo bij.


lees verder op verzoek





Home